|
De grachten van het noorden
Busladingen toeristen komen elk jaar de
grachtengordels van Amsterdam en Utrecht bewonderen. Wat ze vaak niet
weten, is dat ook in de rest van Nederland prachtige grachten te vinden
zijn. Groningen, Leeuwarden en Meppel bezitten elk hun eigen
grachtengordels, die net zulke mooie ansichtkaarten en vakantiefoto’s
opleveren als hun westerse broertjes. Stadsleven nam er een kijkje.
Groningen
Belangrijkste handelsstad van het noorden Groningen
ligt op een heuvelrug en aan beide kanten ervan stroomden lang geleden
rivieren richting de Waddenzee. In de Middeleeuwen werden die rivieren met
elkaar verbonden tot wat nu de Diepenring heet. Het daarmee ontstane
grachtenstelsel was van oorsprong bedoeld om de stad tegen gevaren van
buitenaf te beschermen. Maar toen Groningen veranderde van vestingstad in
de belangrijkste handelsstad van het noorden, kregen de grachten een
nieuwe functie. Net als in bijvoorbeeld Parijs in Frankrijk werden alle
producten uit de provincie eerst naar Groningen gebracht, vóór ze verder
verhandeld mochten worden. Tot op de dag van vandaag zijn in de stad langs
de kades de zeventiende-eeuwse pakhuizen te vinden, waar indertijd het
graan werd opgeslagen. Tegen het einde van de negentiende eeuw werd het
Zuiderdiep, het zuidelijke deel van de Diepenring, gedempt om plaats te
maken voor wat tegenwoordig een busbaan is. Gelukkig kwam voor het
Zuiderdiep een verbindingskanaal in de plaats, waardoor het nog steeds
mogelijk is om per (rondvaart-)boot of kano de cirkel rond de binnenstad
te bevaren.
Een
constant veranderd uitzicht “Voorheen woonde ik op een woonboot in
de Diepenring. Als het vroor, kon ik zo het ijs opstappen,” vertelt de
stadshistoricus van Groningen, Beno Hofman. “Heel lang was dat niet
mogelijk doordat het water te warm was en teveel in beweging stond. Dat
kwam door de elektriciteitscentrale, die tegenwoordig bij de Eemshaven
staat. Het water van de centrale kwam in de grachtengordel terecht,
waardoor die opwarmde.”
Grachten zijn voor veel stadsliefhebbers een
favoriete plek om te wonen. René Baarvoed heeft er een studio aan het
Schuitendiep. ’s Zomers kijkt hij toe hoe er vanaf de brug in het water
gesprongen wordt. René woont tegenover het Pannekoekkenschip en zit het
liefst op de stoep met zijn hondje te bestuderen hoe de Duitse toeristen
onvast van de loopplank komen lopen. Loes Slagter woont met drie
studiegenoten op een woonboot ter hoogte van de Turfsingel. “Je merkt niet
dat je huis beweegt, behalve als je staat en er komt net een grote boot
langs varen. Het leuke van wonen in de gracht is dat er constant dingen
gebeuren. ’s Zomers gaan we op het dek zitten en kijken we hoe de kano’s
en boten langs varen.”
Stout Delfs Blauw Wie de grachten
afloopt of bevaart, kan niet om het beroemde Groninger Museum heen, een
architectonisch staaltje durf dat zowel vermaard als verguisd is. De brug
naar het museum heeft een geheim, dat vanaf de kade alleen te zien is als
de brug open staat. Op de onderkant zijn namelijk stoute Delfts Blauwe
tegels geschilderd door een Belgische kunstenaar. Even verderop kom je
langs de Aatoren. Het is alweer de derde toren sinds de bouw enkele eeuwen
geleden begon. De eerste toren zakte in de zeventiende eeuw na een heftig
onweer in elkaar, de tweede deed – deze keer zonder aanwijsbare reden –
een eeuw later precies hetzelfde.
In de Noordhaven liggen ook nu nog veel
schepen, maar het is niet langer de belangrijkste haven van Groningen.
Toen het Eemskanaal in 1876 klaar was, nam de Oosterhaven die functie
over.
Dat Groningen een Hanzestad was, is nog te
zien aan de symbolen op de gevels van de huizen voorbij de Boteringebrug,
die stammen uit 1631. Aan de Turfsingel werd in vroeger tijden uiteraard
turf verkocht. Nu wonen er voornamelijk studenten in woonboten.
Wie de Prinsenhof passeert, moet er zeker even
binnenkijken. Ooit was dit het logeeradres van de stadhouder, de Prins van
Oranje. Uit die tijd stamt ook de rozentuin, waar tegenwoordig studenten
in het zonnetje zitten te studeren. Op de toegangspoort zit nog een
zonnewijzer uit 1731. Margriet Houttuin woont al 12,5 jaar in een van de
huisjes langs de tuin, die vroeger als stal dienst deden. Ze heeft net
gehoord dat het hoofdvertrek een hotel gaat worden. Daar is ze blij mee,
want ze vond het jammer dat het pand zo lang leeg stond.
Een deel van het Prinsenhof diende in de 19e
eeuw als militair ziekenhuis. De patiënten gooiden geld over de muur,
waarvan voorbijgangers jenever voor ze moesten kopen. Omdat de
ziekenhuisleiding dat niet toestond, werd de muur een meter verhoogd. Nog
steeds heet de muur in de volksmond de ‘jenevermuur’.
Even verderop bij de Steentilbrug was een
klein poortje, waar laatkomers de stad in konden komen, nadat de grote
stadspoort gesloten was. Wel moesten ze dan een flinke boete betalen. Na
de Oosterhaven zie je de Sint Jozefkerk liggen. De kerk is beroemd omdat
hij zes kanten heeft. Waar je ook staat, je ziet altijd twee klokken, wat
de kerk de bijnaam ‘de dronkenmanstoren’ heeft gegeven. Zestien bruggen
verder beland je als wandelaar weer bij het Groninger museum, niet alleen
een boel historische feiten, maar vooral ook veel mooie plaatjes rijker.
Als de grote der aarden slapen in Hotel de
Ville Het mooiste hotel van Groningen is zonder twijfel het Hotel
de Ville. De naam heeft een dubbele betekenis. Enerzijds is het een
verwijzing naar de Franse stadshotels, die zonder uitzondering Hotel de
Ville heten. Anderzijds willen de eigenaars met deze naam zeggen dat het
Hotel de Ville het hotel van élke Groninger is, oftewel ‘het huis van de
stad’. Alle groten der aarde logeerden hier, van Helmut Kohl tot onze
eigen premier. Een speciale reguliere gast is de Amerikaanse zanger Willy
de Ville, die altijd als hij in Groningen optreedt in het hotel verblijft,
zo vertelt manager Heleen de Vries. “Finally I’m home, zegt hij dan.”
Het hotel, dat op de monumentenlijst staat,
stamt uit 1997. Daarvoor stonden op dezelfde plek drie historische
pandjes, waarvan er één nog dienst doet als monumentale lobby. Een
vroegere buitenmuur vormt de binnenwand van de receptie. De kamers boven
de lobby zijn ontworpen in dezelfde monumentale stijl, met mahoniehouten
bedden. Door het hotel lopen ook nog eeuwenoude balken, omdat de
Monumentendienst bij de renovatie eiste dat die bewaard zouden blijven.
Heleen weet dat het oorspronkelijke gebouw,
dat uit de 18e eeuw stamt, lang van de universiteit is geweest
en daarna van de dienst Domeinen. Ook werd het een tijd gekraakt en heeft
er een advocatenkantoor in gezeten. Nog steeds logeren er regelmatig
oud-medewerkers van de Universiteit Groningen, die vertellen dat ze
vroeger hun kantoor hadden op de plek waar nu hun riante hotelbed staat.
Ook de bijbehorende bistro ‘het Gerecht’, die eveneens een dubbele
betekenis in de naam heeft (het hotel ligt tegenover het gerechtsgebouw),
is vermaard. En je hoeft gelukkig geen gast van Hotel de Ville te zijn om
er een heerlijk gerechtje te mogen proeven!
Leeuwarden
Op een praam door de stad Grachten
zijn het mooiste als je er in een rondvaartboot doorheen vaart. In
Leeuwarden kan dat sinds een jaar weer, nu de grachten daar voor de
Stichting Praamvaren Friesland bevaarbaar zijn gemaakt. De tocht gaat per
praam, een platte boot die oorspronkelijk werd gebruikt om graan langs de
trekvaart te vervoeren. De stuurman blaast op een oranje toeter als de
gids zijn hoofd tegen een brug dreigt te stoten en de gids zelf is – tot
hilariteit van de opvarenden - soms net te laat met zijn commentaar op de
omliggende gebouwen,.“Als u links kijkt, oh, daar zijn we al voorbij. Daar
had u het Catshuis kunnen zien liggen.”
Lang geleden bestond Leeuwarden uit drie
terpen, Oldenhove, Nijenhove en Hoek. In 1435 werden die samengevoegd tot
één stad, Leeuwarden. De Leeuwarders deden in vroeger tijden veel zaken
met de landen aan de Oostzee. De pakhuizen uit die tijd hebben nog namen
die naar de handel verwijzen: Riga, Odessa en Oostzee.
Net als in veel andere steden is ook in
Leeuwarden het nodige gedempt. Ooit telde de stad zo’n 3,5 kilometer
grachten, maar nu is daar nog maar 1,5 kilometer van over. Het grootste
deel is 150 jaar geleden gedempt vanwege de stank die het open riool met
zich meebracht. Zo zijn er onder een brug alleen nog dichtgemetselde
resten van de Begijnegracht te zien. In de oudste wandmuren van het Nauw
zijn de gaten voor de riolering nog aanwezig. Het Nauw was vroeger een
sluis, waardoor het water van de Vliet en Potmarken in de Middelzee
terechtkwam. Tegen de wand van het Nauw bevindt zich een gele steen. Als
er twee schepen in de sluis lagen, had de schipper die als eerste met zijn
stok tegen de steen sloeg, voorrang op het andere schip.
De strijd om het behoud van de resterende
grachten speelde zich minder lang geleden af. Zo had het stadsbestuur in
1952 bedacht de Voorstreek autovrij maken. De winkeliers daarentegen
wilden dat de gracht gedempt werd, zodat er meer parkeergelegenheid zou
komen. Ze bedachten een actie waarbij de klanten zegeltjes konden plakken,
zogenaamde ‘dempertjes’. Uiteindelijk heeft geen van beide partijen
gewonnen: de Voorstreek is niet gedempt en er rijden nog altijd auto’s
rond.
De winkels aan de grachten werden bevoorraad
via het water. Biervaten werden de lage kade opgerold en verdwenen in de
kelders die bij de cafés hoorden. Die kelders liggen er nog steeds, maar
ze hebben hun functie sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw
verloren.
Een sterk staaltje geschiedvervalsing
De boottocht voert verder langs het
geboortehuis van beroemde Leeuwarders: eerst langs dat van de dubbelspion
Mata Hari, daarna dat van dichter J.J. Slauerhof. Een ander mooi pand dat
de boot onderweg passeert, is de Centrale Apotheek uit 1905. Het gebouw is
ontworpen in Jugendstil en heeft een prachtige voorgevel. De route brengt
ons vervolgens onder de lage Amelandspijp, waar vroeger het Amelandhuis
stond. Daar woonde de familie Kamming, die het eiland Ameland bezat. In
1984 is het Amelandhuis afgebrand, maar in het gebouw dat ervoor in de
plaats is gekomen zijn de oude familiewapens wel opnieuw ingemetseld.
De huizen langs de grachten hebben vreemde
namen, zoals Patamogeton, wat ‘buurman van het water’ betekent. De gids
vertelt dat een genootschap van historici de oude namen van huizen
achterhaald heeft. Vervolgens hebben de bewoners ze op de gevels
geschilderd, alsof ze er altijd al gestaan hebben. Op dezelfde wijze
worden oude reclames opnieuw op de panden aangebracht. Het is een sterk
staaltje geschiedvervalsing, dat maakt dat Leeuwaren er ouderwets modern
uitziet.
Meppel
Zingende Amsterdammers “Meppel heeft
zijn blik altijd op het westen gericht”, vertelt Ruud Evers van de
Stichting Meppel Promotions. Het werd de Poort van het Noorden genoemd.
Turf en takkenbossen werden via de grachten van Meppel per trekschuit naar
het westen vervoerd. De grachten in Meppel hebben daarom dezelfde namen
als de beroemde Amsterdamse grachten: Herengracht, Prinsengracht,
Keizersgracht. “Ken je het Jordaanfestival?”, vraagt Ruud. “Nou, dat
hebben we hier ook, maar dan met twaalf podia. Bussen vol Amsterdammers
komen hier elk jaar aan. Café de Jordaan in Amsterdam gaat dicht als het
Meppeler Jordaanfestival begint.”
In de jaren zestig en tachtig is Meppel
drastisch ‘vernieuwd’; oude panden werden gesloopt en de historische
grachten moesten plaatsmaken voor parkeergelegenheid. Ooit waren de
grachten bijna vier kilometer lang, nu is daar nauwelijks 1,5 kilometer
van over. Maar als het aan Ruud ligt, wordt de Prinsengracht binnenkort
weer doorgetrokken. Net als in Leeuwarden begint te tij te keren.
Grachtenbewoners laten hun nieuwe huizen bouwen alsof ze in de zeventiende
eeuw zijn ontworpen. De originele bruggen zijn zoveel mogelijk
gerestaureerd met oorspronkelijk materiaal. Het is weer makkelijk om je
voor te stellen dat hier vroeger trekschuiten vol turf langs de kades
voeren.
De
Hisva van Meppel Maar er gebeurt meer op de grachten van de Drentse
stad. In het tweede weekend van juni bijvoorbeeld is het tijd voor Meppel
Vol Vaart, een drie dagen durend grachtenfestival. 25.000 bezoekers komen
kijken naar de historische vloot die dan door de grachten trekt. Ook is er
een sloepenshow, “een Hisva op Meppels niveau”, zoals Ruud het noemt.
Kinderen doen wedstrijden gieklopen en op de kades zijn oude ambachten en
nautische tentoonstellingen te zien. Het hoogtepunt van het festival zijn
de piratenkoren, die op de schepen en op een drijvend podium hun
zangkunsten ten gehore brengen.
In juli wordt er zes keer een grachtenconcert
georganiseerd op een drijvende podium. In december zijn de grachten het
toneel van de feestdagen: de intocht van Sinterklaas in november en het
kerstfeest op het podium in december. Het is al een tijd geleden dat er
geschaatst kon worden op de grachten, maar als het zover is, staan de
koek- en zopietenten gereed langs de kade. Kortom, de grachten van Meppel
worden intensief gebruikt.
|