Thuispagina   
  Wat is Stadsleven?   
  Word abonnee   
  Eerder verschenen artikelen   
  Agenda   
  Stadseten   
  Winnen   
  Contact   
  Partner: Plantsoentheater   


  word ook abonnee van stadsleven!  

   

  Storelocator  

De Betuwe in bloei


Wereldberoemd in Nederland is hij: fruitmannetje Flipje, icoon van de Betuwe én van Tiel. Flipje is overal, als standbeeld op de markt, op gevels en op bonbons. Maar Tiel heeft meer te bieden. Het is een perfecte uitvalsbasis voor een ontdekkingstocht door de prachtige Betuwe, vooral nu de fruitbomen volop in bloei staan.

Elk jaar op de tweede zaterdag in september barst in Tiel het Fruitcorso los. “Het is het enige fruitcorso ter wereld, waarbij alleen gewerkt wordt met - oorspronkelijk Hollands - fruit, groenten en zaden”, weet Twan Timmermans, directeur van De Zaak van de Stad, de plaatselijke VVV. “Dit jaar vindt het alweer voor de 47ste keer plaats. In 1961 trok het evenement 30.000 mensen. Dit jaar verwachten we 100.000 bezoekers! Maar die komen ook voor Appelpop, in hetzelfde weekend.” Trots vertelt Timmermans dat Tiel al een eigen canon heeft samengesteld, lang voordat de canon van de Nederlandse geschiedenis zo’n hot item werd. De vijftig belangrijkste momenten uit de geschiedenis van Tiel en omgeving zijn gebundeld in een handzaam boekje en te zien in een speciale presentatie in het Flipje en Streekmuseum Tiel.



Batavieren en Vikingen
In de eerste eeuw voor Christus arriveerden de Batavieren in deze streek. Tiel ontstaat als een groep mensen op de vlucht voor de Noormannen zich vestigt op de splitsing van Waal en Linge. De stad groeit uit tot een belangrijke havenstad, maar wordt in 1006 alsnog geplunderd. De Duitse keizers, die vervolgens de dienst uitmaken, voeren voor de handelsvaart een tolsysteem in dat van Tiel een rijke stad maakt.

Als in de elfde eeuw de Linge dichtslibt kunnen grotere schepen er niet meer varen. Er komt een einde aan de bloei van Tiel als handelsstad. Toen de Linge ging verzanden, verzandde Tiel tot een provinciestadje, verwoordt onze gids in het Flipje en Streekmuseum het kort en krachtig. Het tij keert zich als de stad in de vijftiende eeuw een Hanzestad wordt, maar de stad is te klein om als volwaardig Hanzelid mee te tellen. Officieel heeft het Hanzelidmaatschap van Tiel tot in de zeventiende eeuw geduurd

Fruittuin
Tegenwoordig heeft Tiel 41.000 inwoners en is het de officieuze hoofdstad van de Betuwe, dat ook wel bekent staat als de fruittuin van Nederland. In het Gelderse rivierenlandschap, tussen Rijn en Waal en rond het pittoresk slingerende riviertje De Linge, gedijen talloze fruitboomgaarden. In het voorjaar is de Betuwe één grote roze-witte wolk van fruitbloesems. In juni en juli is het volop kersentijd, gevolgd door de pruimen, peren en appels in juli, augustus, september en oktober. Er wordt ook kleinfruit geteeld, zoals bessen en aardbeien. Langs de weg of in opengestelde boomgaarden is overal vers fruit te koop. Tiel is het hart van deze fruittuin, hoewel het fruit niet meer letterlijk ter plaatse wordt geproduceerd. De Tielse jamfabriek De Betuwe, opgericht in 1885, krijgt begin jaren dertig zo veel last van concurrentie dat de directie een reclamebureau inschakelt. Illustrator Eelco ten Harmsen van der Beek creëert voor hen in 1935 een Michelin-achtig mannetje van frambozen en bessen met een koksmuts op zijn hoofd met daarop zijn naam: Flipje. De jampotten met daarbij Flipje-tekeningen en zegels waarmee je de strips en zelfs een heuse ‘Flipjescoop’ kunt sparen worden landelijk een enorme rage. Als de jamfabriek in 1993 wordt overgenomen door Hero in Breda komt er een standbeeld van Flipje, gemaakt door de Utrechtse kunstenares Else Ringnalda. Het beeld op de Markt is nu één van de grote trekpleisters in het centrum van Tiel.



Opbloeiende liefdes
In het souterrain van het statige Flipje en Streekmuseum wordt de geschiedenis van de jamfabriek in woord en beeld belicht. Er staan enorme ketels waarin 60 kilo jam werd gekookt en met de hand werd omgeroerd. Zwaar werk, dat door potige kerels werd verricht. Verder werkten er voornamelijk dames in de fabriek. Zij waren verantwoordelijk voor het wassen, ontstelen en ontpitten van het fruit en het etiketteren en verpakken van de jampotten. Van een toenmalige afdelingschef is de uitspraak: “Als de dames zingen, weet ik dat er hard gewerkt wordt”. De vrouwen werden voor die tijd overigens goed verzorgd door hun werkgever. Er waren speciale spaarregelingen voor jonge meisjes en ongehuwde vrouwen.

Tussen Waterpoort en Vismarkt
Na nog een blik te hebben geworpen op de imposante maquette van de stad Tiel rond 1650 gaan we naar buiten om Tiel anno 2008 te verkennen. De Waterpoort pal naast het museum werd in 1647 gebouwd, kort na het dempen van de binnenhaven waar nu het Plein ligt. Helaas is de oude poort, net als veel andere historische gebouwen in Tiel, tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest. De Engelsen bliezen de poort in 1944 op. In 1979 is deze herbouwd, direct naast De Groote Sociëteit, het pand uit 1789 waarin nu het museum gevestigd is en waar nog wekelijks de heren van de sociëteit bijeenkomen. Hoog tegen de gevel is het wapen van Tiel zichtbaar.

Recht tegenover de poort, aan de andere kant van het Plein, staat een fraaie zuilengalerij. Dit rijksmonument uit 1789 markeert de plek van de voormalige vismarkt. Tot 1646 konden de schepen hier aan de binnenhaven afmeren met hun verse waar, voornamelijk afkomstig uit de Waal.

Mary Dresselhuys-huis
Onder de Waterpoort door richting Waal staat nog een mooi stuk oude stadswal, daterend van rond 1650. Volg je de wal langs Havendijk en Waalstraat dan heb je vanaf de Hucht prachtig zicht op de St. Maartenskerk. Deze dateert uit circa 1440, en in de oorlog behoorlijk beschadigt. Van 1957 tot 1964  is gewerkt aan de restauratie. De 48 (!) bronzen klokken die in de oorlog werden geroofd, zijn na veel speurwerk weer teruggekomen.

Over de brug lopen we via de Achterweg terug richting kerk, richting het Burgerweeshuis. Dit bijzondere pand met de vele luiken dateert uit 1905 en is tegenwoordig in gebruik door verschillende (opvang)instellingen en helaas niet toegankelijk. Tegenover het Burgerweeshuis ligt een opvallend mooi park. Via de 1e Achterstraat en de Ambtmanstraat kun je door de poort naar binnen, langs het Ambtmanshuis waar nu de kantoren van burgemeester en wethouders in gevestigd zijn. Het is in 1525 gebouwd voor ‘ambtman’ Adriaen van Bueren. Het kwam later in bezit van andere rijke families. Actrice Mary Dresselhuys groeide hier op; haar vader was tabaksfabrikant in Tiel. De tuinen rond het huis, nu de Stadhuistuinen genoemd, zijn een ontwerp van Carl George Zocher, zoon van de beroemde tuin- en landschapsarchitect Jan David Zocher die onder andere het Amsterdamse Vondelpark aanlegde.



Blijde lach
Tijd voor een lunchpauze. Daarvoor is Kulinaria, op de hoek van Weerstraat en Kleibergsestraat, het aangewezen adres. Eigenaresse Susanne Vink brengt in haar culinaire winkel annex lunchroom alleen maar lekkere producten ‘met een knipoog naar Zuid-Europa’. Het interieur is vrolijk, met wanden in knalkleuren en dito plastic tafelkleedjes. Behalve vele soorten ciabatta’s en focaccia’s, verkoopt Susanne ook streekproducten, van landgoed Mariënwaerdt (bij Geldermalsen) en van Theo van Woerkom (Oosterhout): van dille- of knoflookmosterd tot sinaasappel-abrikozen chutney. Kulinaria is één van drie fijne culinaire adresjes op rij: buurman is tapasrestaurant Ramblas en daarnaast zit het Fransgeoriënteerde restaurant Vatel. Om de hoek vinden we nog twee smakelijke adresjes in de Westluidensestraat: wijnwinkel À La Vôtre en bakkerij Van Ooijen. Hier tikken een paar ultieme Tiel-souvenirs op de kop: het digestief Betuws Goud, van appels en peren en op ambachtelijke wijze gestookt door de heren Lubberhuizen & Raaff, Flipje-bonbons en Flipje-koekjes.

Op de terugweg richting de winkelstraten blikken we even bewonderend omhoog, naar de trapgevel van het Gotisch Huis, op de hoek Weerstraat en Kleibergsestraat, recht tegenover Kulinaria. Op straat wist bijna geen van de Tielenaren die we ernaar vroegen überhaupt van het bestaan ervan, maar gelukkig heeft de Zaak van de Stad het pand wel in haar stadsbeschrijving opgenomen. De bakstenen gevel dateert uit de vijftiende eeuw en was ooit het woonhuis van gildenmeester H. Schut. Aan de zijkant van het huis bevindt zich een zestiende-eeuws poortje met een sluitsteen, voorzien van de initialen H.S. Lopen we verder de Weerstraat in, richting Markt, dan komen we langs een aantal leuke winkels, waar onder het 175 jaar oude modehuis Blijdestijn. Op de terugweg richting station zeggen we op de Markt Flipje nog even gedag. Het beeld van Else Ringnalda straalt in de zon. Het fruitmannetje heeft een brede lach op zijn gezicht en gooit zijn armen uitnodigend in de lucht. “Ja”, zegt een Tielse die voorbij loopt, “Flipje lacht altijd!”